Hoe ik van mijn bloosangst afkwam (en nog steeds wel eens een rood hoofd krijg)

Mijn hoofd wordt soms zo rood als deze prachtige tomaatjes.

De eerste keer dat ik rood werd (dat ik me kan herinneren) was op de middelbare school. Ik weet niet precies waarom, maar ik weet wel dat mijn klasgenootje naast mij in een behoorlijk volle, maar vrij stille klas zei: “Haha, jij wordt altijd zo rood. Schattig”.

Super. 

Ik vond het namelijk helemaal niet zo schattig. Mijn plan was om als een zelfverzekerde puber over te komen, met een houding van ‘het-interesseert-me-helemaal-niks-wat-mensen-van-mij-vinden’. En ik had het gevoel dat mijn rode hoofd me in één klap verraadde. 

Ondanks dat had ik er op de middelbare school en tijdens mijn studie verder niet bijzonder veel last van. Dat begon pas toen ik mijn eerste echte baan kreeg. Eén van de triggers was dat ik destijds een leidinggevende had die rode wangen ook wel ‘schattig’ leek te vinden. Sterker nog, hij leek het grappig te vinden om mij zo vaak mogelijk te laten blozen. En dat ging best goed, moet ik zeggen. 

Met als resultaat: hoe vaker ik rood werd, hoe banger ik werd om rood te worden. Ik deed dan ook van alles om het te voorkomen: ik hield mezelf wat meer op de achtergrond, deed dikkere make-up op, droeg mijn haar los en droeg colletjes zodat ik m’n gezicht er zo ver mogelijk in kon begraven, mocht dat nodig zijn.

Het rare was: ik kon over het algemeen prima presentaties geven – of andere dingen waarvoor ik in het middelpunt van de belangstelling stond – zonder rood te worden. Dat vond ik soms wel wat spannend, maar ik ging er niet per se van blozen. Ik was destijds vooral bang om rood te worden in volslagen normale situaties waar een ‘normaal’ persoon in mijn ogen nooit rood om zou worden. Gaf mij een “Hee, hoe was je weekend?” en mijn gedachten konden als volgt tekeergaan: als ik zelfs nu rood word dat zou wel helemaal achterlijk zijn. Ja hoor, ik voel het al, top. Jezus, ze zullen wel denken: waar is die geweest, in een parenclub? Het hele weekend de slaapkamer niet uitgeweest? Doe EVEN normaal, hoofd.

Conclusie: ik was in een soort negatieve draaikolk beland waar ik nog maar moeilijk uit kon komen. Hoe meer ik m’n best deed om níet te blozen, hoe sneller en vaker ik rood werd. Wanhopig zocht ik het hele internet af naar oplossingen om van mijn inmiddels toch wel serieuze fobie voor blozen af te komen. Ik bekeek anti-bloos trainingen, las boeken over blozen en overwoog zelfs heel even een operatie waarbij (een deel van) je rode bloedvaten worden afgesloten. Dat laatste leek me de ideale oplossing om snel van mijn problemen af te komen. 

Gelukkig durfde ik toch niet echt. Want langzaam kwam ik erachter wat mijn echte probleem was. En dat was niet het blozen zelf. Het probleem was dat ik me blijkbaar heel druk maakte over hoe ik overkom als ik bloos. Ik was zó bang dat als ik zou blozen, andere mensen me daarom zouden veroordelen en me zouden zien als een onzeker, breekbaar poppetje. Daar kan ik andere mensen de schuld van geven, maar die angst zat in míjn hoofd. En het was ergens vandaan gekomen, dus het kon vast ook weer weg.

1. Haal jezelf (tijdelijk) uit de trigger situatie

Ik wist dus wel wat mijn probleem was: ik moest me er gewoon niet zo druk om maken. Maar ja, hoe dan? ‘Maak je er niet zo druk om’ is namelijk echt een waardeloze tip als je ergens midden in zit. Vandaar dat het voor mij hielp om mezelf uit mijn bloos-trigger situatie te halen. 

Die belangrijkste trigger was destijds voor mij mijn leidinggevende. Ik was doodsbenauwd dat ik wéér rood zou worden door één of andere opmerking van hem. (Ik schrijf dit overigens niet om hem de schuld te geven – waarschijnlijk had hij niet eens door dat ik er zo mee zat. Ik wil alleen even aangeven hoe groot ik het in mijn hoofd had gemaakt). Nu zat ik destijds in een traineeship en dat betekende dat ik om de zoveel tijd op een andere afdeling zat en een andere leidinggevende had. Geluk bij een ‘ongeluk’, dus, want daardoor werd ik minder vaak rood, dacht ik er minder vaak over na en zat ik niet constant in een gestresste ‘fight or flight & flush’ modus. 

Je zou kunnen zeggen: ‘had je hem niet gewoon even kunnen confronteren met zijn gedrag?’ Maar het ging niet om dat wat híj deed, het ging om mijn gedachten. Ik zat destijds midden in mijn ‘bloosangstpiek’. Als je dan in een situatie blijft zitten waar je angst vaak terugkeert, dan is het bijzonder lastig om even afstand te nemen en helder na te denken. Bovendien: je kunt je waarschijnlijk voorstellen dat het voor iemand met bloosangst wel zo’n 60 bruggen te ver is om iemand anders aan te spreken op gedrag omdat ze daar rood van wordt.

Ik zeg niet dat je meteen je werk moet opzeggen als dat je trigger-situatie is, maar je kunt wel kijken of er andere oplossingen zijn om even wat afstand te nemen. Even vakantie nemen, tijdelijk op een andere afdeling gaan werken of vragen of je even thuis mag werken, bijvoorbeeld.

2. Realiseer je je dat je huid sowieso wat sneller rood wordt

Daarnaast hielp het me heel erg om me te realiseren dat ik sowieso veel sneller rood word. Na een paar slokken rode wijn krijg ik al van die gezellige Hollandsche appelwangetjes en laat ik het zo zeggen: ik was niet van plan ooit een #fitgirl foto van mezelf te plaatsen na een heftige sportsessie. 

Dat betekent dus ook dat als ik me een keer onzeker voel, iets spannend vind of ik me schaam, ik ook sneller rood word dan gemiddeld. Sommige mensen krijgen dan klotsende oksels, de ander trillende handen en de ander gaat blozen. Dat betekent niet dat ik veel onzekerder ben dan iemand anders, mijn lichaam uit het gewoon op een andere manier.

3. Doe niet alsof je heel zelfverzekerd bent als je je onzeker voelt 

Ik heb een tijdje bij de bank gewerkt en daar kon ik nog wel eens een rol spelen omdat ik dacht dat dat ‘hoorde’: die van assertieve, zelfverzekerde, bijna masculiene bankier. Probleem was alleen: ik voelde me als net afgestuurde vrouw (in de bouw- en vastgoedsector) best vaak onzeker in die functie. En dus deed ik alsóf ik zelfverzekerd was. Afgezien van het feit dat dit stressvol en doodvermoeiend is werd mijn bloosangst alleen maar erger. Ik was namelijk nogal bang dat als ik zou blozen mijn collega’s en klanten zouden inzien dat ik me eigenlijk helemaal niet zo zelfverzekerd voelde.

Probeer daarom gewoon jezelf te zijn en zeg het eerlijk als je ergens mee zit en iets een beetje spannend vindt. Je hoeft niet perfect te zijn, je bent ook maar een mens. Dat lucht ontzettend op, want je hoeft je niet anders voor te doen dan je bent. Bovendien heb je geen last meer van het ‘doordemandvalsyndroom’: je hebt geen mand meer nodig, want je doet je niet anders voor dan hoe je je op dat moment voelt. 

4. Let op je woorden (en gedachten)

Ik kon echt een ontzettende dramaqueen zijn als ik een rood hoofd kreeg. Dan vertelde ik tegen een vriendin dat ik echt ZÓ’N GÊNANTE SITUATIE had meegemaakt en dat mijn hoofd echt KNALROOD was geworden en dat ik ondertussen heel hard een graf voor mezelf aan het graven was want ik SCHAAMDE ME DOOD.

Dat is ten eerste echt compleet overdreven en niet erg aardig naar jezelf toe. Ten tweede, hoe vaker je dit denkt en hardop zegt, hoe meer je die angst bevestigt. Hou dus op met jezelf naar beneden halen als je eens een keer rood hoofd krijgt. Je hoeft niet te doen alsof het je allemaal niks kan schelen, maar je hoeft ook niet te overdrijven. Zeg of denk bijvoorbeeld iets in de trant van: ‘oké, ik merk dat ik het nog steeds een beetje stom van mezelf vind dat ik bloos. Blijkbaar maak ik me een beetje te druk om wat andere mensen daarvan vinden. Kan gebeuren, is geen ramp.’

5. Associeer blozen met iets positiefs

Als je blozen niet meer als iets negatiefs ziet, kun je proberen om het om te buigen als iets positiefs. Jazeker, ik heb het over omdenken! Denk bijvoorbeeld eens aan sommige kinderen die zo opgaan in iets wat ze supergaaf / leuk / spannend / fantastisch vinden en dan ook van die rode blosjes krijgen. Dat is toch supertof? 

Eerlijk is eerlijk, ik vind dit nog steeds wel een lastige, vooral als ik midden in een bloossituatie zit. Maar achteraf probeer ik me te realiseren dat ik nu vaak een rood hoofd krijg als ik iets doe wat ik spannend vind. En ik heb liever af en toe een rode boei van spanning en opwinding dan dat ik een saai leven leid waarin nooit iets gebeurt.

Bovendien had mijn klasgenootje natuurlijk ook gewoon gelijk: ze zijn best schattig, die rode appelwangetjes. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *